Wikia


Slag bij Slot Zwart
Slag bij Slot Zwart
De mannen op de Muur
Conflict Nachtwacht-Wildlingenoorlogen
Oorlog van de Vijf Koningen
Datum 299 en 300 AL
Plaats Slot Zwart
Resultaat Nachtwacht overwinning
Combatanten
Vrije Volk
Thenns
Reuzen
Nachtwacht Nachtwacht
Huis Baratheon van Drakensteen
Leiders
Mans Roover
Styr
Tormund
Jon Sneeuw
Donal Nooy
Stannis Baratheon
Sterkte
20.000 milities
ca. 100 mammoeten
100 broeders
1.300 soldaten

De slag bij Slot Zwart was een belangrijke veldslag tussen de Nachtwacht en het Vrije Volk dat onder de leiding stond van Mans Roover.

AanloopEdit

Mans Roover wist welke dure nederlaag de Nachtwacht had geleden tegen Anderen op de Vuist der Eerste Mensen. Hierop stuurde hij een groep van honderd wildlingen, waaronder Thenns, onder de leiding van Styr de Muur over om Slot Zwart in de rug aan te vallen.[1]

In Slot Zwart was Bouwen Mars als bevelhebber achtergebleven. Nadat er meerdere Wildlingen bij de Muur waren gezien stuurde hij een groot deel van de weerbare broeders de Muur op alle richtingen uit. Donal Nooy bleef in Slot Zwart achter en werd de de facto leider van de verdediging aldaar.[2]

Gevecht in Slot Zwart

De gevechten in Slot Zwart.

Aanval uit het zuidenEdit

Onder de mannen die Styr en Jarl hadden meegenomen om de Muur te beklimmen bevond zich Jon Sneeuw, een broeder van de Nachtwacht die als spion opereerde. Nabij Vrouwenkroon wist hij te ontkomen van de Wildlingen. Hij wist de bewoners van Molstee te waarschuwen voor het aanstaande gevaar en ook zijn medebroeders in Slot Zwart.[2]

Donal Nooy liet vele stropoppen op de daken neerzetten om de schijn te wekken van een grote aanwezigheid van broeders. In de vroege ochtend werd de aanval ingezet. De aanvallers wisten ondanks de pijlenregen door de barricade te breken en de binnenplaatd van Slot Zwart te bereiken. Toen de Wildlingen de overhand wisten te bereiken deden de Zwarte Broeders een gewaagde stap door de trap die de Muur opliep op te blazen. Hierdoor wist de Nachtwacht het eerste wapenfeit te winnen.[3]

Beleg van de MuurEdit

Na het verlies van de zuidelijke aanvalsgroep kon de Nachtwacht zich volop concentreren op de legermacht van Mans Roover die een dag later de Muur bereikte. Na de eerste steekaanvallen ging Mans in de ochtend over op een aanval op de poort die onder de leiding stond van de reus Mag Mar Tun Doh Weg. Deze reus wist de poort te vernielen, maar werd met veel moeite door Donal Nooy tegen gehouden die dat wel met zijn leven moest bekopen.[4]

Na het wegvallen van Donal Nooy neemt Jon Sneeuw het commando in het Slot op zich op verzoek van maester Aemon.[4] Door de mislukte poging van de reuzen om door de poorten te breken liet Mans Roover bomen vellen en maakte van de bomen houten schildpadden die zijn mannen moesten beschermen als ze de poort aanvielen. Onder leiding van Jon Sneeuw wist men de pogingen in de kiem te smoren. Na de aankomst van Alliser Doren en Janos Slink werd Jon in een ijscel gegooid en verkreeg Slink het commando.[5]

Stannis leger

De ridders van Stannis gaan over in de aanval.

Aankomst van StannisEdit

Ondetussen zeilde Stannis Baratheon met zijn leger noordwaarts en ging bij Oostwacht aan Zee aan land. Gezamenlijk met de mannen van Cottaar Piek reisden ze langs de Muur naar Slot Zwart toe. Mans Roover was niet tijdig op de hoogte van de aanval, maar probeerde in allerhaast zijn verdediging neer te zetten en vocht zelf mee tegen de nieuwe tegenstander. Melisandre van Asshai was instaat om de adelaar van Varamyr te doden. De Wildlingen reageerden te traag op de aanval en werden overlopen door de ruiters. Hierdoor kon Stannis de overwinning naar zich toe trekken.[6]

NasleepEdit

Tijdens de slag was Mans Roover door de ridders van Stannis gevangen genomen en zijn leger werd door de slag versplinterd. Ook begon vlak na de slag de stemming voor een nieuwe opperbevelhebber, aangezien Jeor Mormont was gesneuveld bij Crasters Burcht.[7]

Het leger van de wildlingen werd door de slag uiteengeslagen en door de vermissing van Mans Roover konden ze zich niet hergroeperen. Moeder Mol leidde enkele duizenden van hen naar Hardenheim.[8]

Bronnen en referentiesEdit

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.