Westeropedia wiki
Advertisement

De Grote Raad van 233 NdV was door Brynden Stroom bijeengeroepen om de opvolging van Maekar I Targaryen te regelen en een nieuwe Drakendans te voorkomen. De Grote Raad vond plaats in de Rode Burcht.

Voorgeschiedenis[]

Koning Daeron II Targaryen had vier zonen die op hun beurt ook weer kinderen hadden. De Grote Voorjaarsziekte beëindigde niet alleen het leven van de koning, maar ook van verschillende nazaten.[1] De problemen omtrent de opvolging speelden al tijdens de regering van Aerys I Targaryen.[2] Deze werden echter nog groter tijdens het koningschap van Maekar I Targaryen en toen de koning onverwachts overleed was het probleem nog niet opgelost.[3]

De kandidaten[]

Met de dood van de twee oudste zonen van Maekar waren er nog vier kandidaten overgebleven voor de IJzeren Troon. De zwakzinnige dochter van Daeron, Vaella, werd meteen uitgesloten. Een enkeling sprak zijn steun uit voor Maegor, de zoon van Aerion Targaryen, maar men was bang dat hij de wreedheid en waanzin van zijn vader had geërfd. Prins Aegon was de meest voor de hand liggende keuze, alleen door zijn vele reizen werd hij gezien als een halve boerenkinkel en werd hij gewantrouwd. Ook werd er gekeken of men Aemon kon ontslaan uit zijn geloften als maester, maar Aemon weigerde echter.[3]

Een vijfde kandidaat diende zich aan in Aenys Zwartvier, maar na zijn aankomst in Koningslanding werd hij vermoord in opdracht van Brynden Stroom.[3]

Uitkomst[]

Toch werd door een grote meerderheid uiteindelijk gekozen voor Aegon V Targaryen, de vierde zoon van de vierde zoon van Daeron II. Hij kreeg dan ook de bijnaam "De Onwaarschijnlijke".[3]

Bronnen en referenties[]

Advertisement